Sturen in de informatiesamenleving: een illusie?

Ctrl + Alt + Delete: kansrijk sturen in de informatiesamenleving. De titel van het landelijk Congres der bestuurskunde bevat dit jaar* een dubbele boodschap. De handeling Control alt delete voer je meestal uit wanneer je computer is vast gelopen. Je verwijderd dan die taken van de computer die de oorzaak zijn van het vastlopen, waarna je in de meeste gevallen verder kunt gaan met het gewone gebruik van de computer. Soms ook zul je de computer opnieuw moeten opstarten. Control alt delete is vaak een gedwongen handeling. Niet jij zelf maar de technologie dwingt je dit te doen. Het tweede deel van de titel van het congres lijkt echter te suggereren dat het voor het openbaar bestuur mogelijk is om zelf aan het roer te zitten binnen de informatiesamenleving. De overheid wil niet alleen sturen, maar wil daarin bovendien ook kansrijk zijn.

Om te kunnen sturen is het belangrijk dat de overheid zich in voldoende mate realiseert dat Control alt delete ook op eigen initiatief kan worden uitgevoerd. Je hoeft niet te wachten tot het moment waarop de technologie jouw handeling gaat sturen, maar je kunt al eerder kritisch kijken naar de uitgevoerde taken en de (on) mogelijkheden daarin te sturen. Je kunt dat doen op mondiaal, Nationaal en decentraal niveau, en je kunt dat doen binnen je eigen organisatie. Zou je dat op dit moment doen dan kom je echter tot de conclusie, en het woord schrijnende conclusie is wellicht beter op zijn plaats, dat er geen enkel niveau is binnen de informatiesamenleving waarop de overheid daadwerkelijk stuurt, laat staan kansrijk stuurt.

Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar het internet dan moeten we constateren dat de huidige opzet sterk lijkt op een anarchistisch model. Het anarchisme hecht aan een decentralisatie van de macht. De staat wordt daarbij vaak gezien als een organisatie die door het toepassen van macht en staatsgeweld gedrag beperkende  maatregelen kan nemen ten aanzien van onwelgevallig geoordeeld gedrag. Waar het gaat om het sturen van het internet, ook wel internetgovernance genoemd, is te zien dat de overheid slechts één van de belanghebbende partijen is. Een groot deel van de besluitvorming vindt dan ook plaats buiten de overheid om. De praktijk laat zien dat op die enkele punten waar de overheid wel probeert te sturen door middel van wetgeving, er vervolgens grote problemen zijn met het afdwingen van de naleving. Hoewel dit vaak wordt gedacht, heeft dit niet zozeer te maken met het feit dat het internet grensoverschrijdend is, en wetgeving dus Europees en internationaal zou moeten worden geregeld, maar het heeft veel meer te maken met dat anarchistische karakter van het internet waarbij de gebruikers zich niet willen laten sturen door de overheid. Denk in Nederland alleen maar eens aan de Europees geregelde wetgeving rondom Cookies.

Indien we verder kijken naar ons eigen land, dan zien we dat een planmatige omgang met informatisering de afgelopen decennia meer regel dan uitzondering is geweest. De bindende werking van die plannen kan variëren van helemaal geen binding tot volledig bindend. Zonder binding zijn de zogeheten informatieve plannen die louter informatie verschaffen over het beleid. Aan de andere kant van het spectrum staan normatieve plannen die een ieder kunnen binden. Daar tussenin zitten de strategische of indicatieve plannen. Deze plannen worden geacht door te werken in de besluitvorming van de door het plan aangesproken derden. De naamgeving van dergelijke strategische plannen is vaak niet eenduidig: de begrippen informatieplan, informatiestrategie, automatiseringplan, informatie architectuur en informatiebeleid worden vaak door elkaar heen gebruikt. Strategische plannen en de in het plan opgenomen beleidsuitspraken zijn niet per definitie vrijblijvend. De doelgroepen kunnen zowel bestuurlijk als juridisch gebonden worden en ook de planmaker zelf is niet geheel vrij om het plan of de daarin opgenomen beleidsuitspraken naast zich neer te leggen. Daarnaast kunnen derden zich bestuurlijk en juridisch binden door het sluiten van een convenant, of bestuursakkoord, met de planmaker. Op het gebied van de informatiesamenleving zien we dan ook veel bestuursakkoorden gesloten worden tussen de koepelorganisaties en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toch is het de vraag of het met die sturing nu beter gaat dan decennia geleden. Al in 1990 onderzocht Zuurmond waarom standaardisatie in de gemeentelijke praktijk moeilijk van de grond kwam, ondanks intensieve voorlichting en ondanks het feit dat een circulaire de gemeentelijke diensten tot deze standaard aanspoorde. Hij constateerde toen dat niet alleen technische motieven bepalend zijn, maar ook historische motieven, financieel economische motieven, functionele motieven en politieke motieven. Bovendien gaf in zijn onderzoek de beleidsmaker van de circulaire nog een slecht voorbeeld door zelf niet voor de nieuwe standaard te kiezen. 23 jaar later laat mijn eigen promotieonderzoek naar het beleid van open standaarden zien dat er nog steeds bepaalde juridische, financieel economische, technische en kennis barrières zijn die binnen het openbaar bestuur worden ervaren bij de operationalisering van ICT beleid.  Zolang het openbaar bestuur niet in staat is om eerst het eigen huis op orde te maken, en dus wat betreft die barrières op Control alt delete te drukken, hoeft niet verwacht te worden dat zij naar buiten toe kansrijk kan gaan sturen.

*Dit artikel is geschreven ten behoeve van de congresbundel 2014.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*